De protagonist

De verstoorder

ORANJETIPJE

Op zoek naar een figuur die als universele en symbolische hulpbron kon fungeren in het verhaal, stelde ik algauw vast dat het moeilijk kiezen was in het grote aanbod. Een fee of een teddy? Een superwezen als superman of Mega Mindy of een wijze oma?

Deze  figuren hebben niet per se een veilige connotatie voor elk kind.

Lang speelde ik met het idee om te kiezen voor een vogel, geïnspireerd door een traject met een veertien jarige jongen die als hulpbron een ‘mus’ koos.

Toen ik verbaasd vroeg waarom hij een ‘piepkleine’ helper koos gaf hij aan dat ‘een kleine vogel’ op geen enkele wijze voor hem een bedreiging is en…van elke mogelijks gevaarlijke situatie kan weg vliegen en zichzelf in veiligheid kan brengen.

Zijn uitleg hield steek waardoor in mijn hoofd de keuze al gemaakt leek. De helper zou een vogeltje worden. Het beeld van een variant op Flip, de pratende papegaai van Jommeke, die het hoofd weet koel te houden in moeilijke situaties en op een wijze manier tussenkomt en helpt, leek wel iets als basis. Maar iets bleef sudderen, ergens bleef er iets knagen…

Die nacht droomde ik:

‘… een herinnering van jaren geleden…. Als puber bij mijn oma op bezoek. Het raam staat open. Plots vliegt iets klein en donker binnen met een enorme snelheid. Het zoeft van de ene kant van de ruimte alle kanten uit. Recht op mij af om dan op een paar centimeter van mijn gelaat in een duizelingwekkende vaart een bocht te maken recht naar mijn oma.

Gelukkig heeft zij na de eerste schrik voldoende tegenwoordigheid van geest om de deur en zelfs het slaapkamer raam helemaal open te zetten en algauw vindt de dwergvleermuis de weg naar de vrijheid…’

Mijn hart klopte heftig toen ik ontwaakte.

Een vleermuis is natuurlijk niet echt een vogel maar het vliegt en is best klein.  Eigenlijk niets om bang voor te zijn…

Maar de droom riep al snel een andere herinnering op:

‘Een pubermeisje zit in de wachtzaal. Ze wil maar binnenkomen als haar ‘perruche’ mee mag. Geen probleem. Er komen wel vaker huisdieren mee op therapie. Een hond, een kat in een gareel, een fret…er is al een halve dierentuin gepasseerd in de therapieruimte…als het kind of de jongere zich maar veilig voelt .

De parkiet blijft evenwel niet mooi op haar schouders zitten. Dat de vogel over haar armen en knieën trippelt, tot daar aan toe. Tijdens de sessie vliegt de vogel evenwel geregeld door de ruimte, over me heen, langs me heen, gaat in mijn haar zitten…ik ben niet op mijn gemak’.

Daarna was ik niet meer overtuigd van een vogel als universele hulpbron…

 ‘April 2022. Een wandeling met de hond langs de aardeweggetjes en loswegen in Lede, genietend van de pracht van het bloeiende speenkruid in de geelstervallei.

Plots fladdert een groepje vlinders in sierlijke bochten door de lucht. Niet de bekende koolwitjes of citroenvlinders, zelfs niet een dagpauwoog of kleine vos. Nee, een onbekend wit vlindertje, niet al te groot, dat opvalt door een diep oranje vlek op de vleugels. Het oranje van de door elkaar dartelende vlinders fleurt de donkergroene omgeving van de struiken en bomen langs het pad op. 

Een tijdlang blijf ik gebiologeerd de vlucht van de vlinders volgen tot ze doorheen de krakkemikkige draad van de aangrenzende weides uit het zicht vliegen en  fladderend uit het zicht verdwijnen.

Thuis gekomen is het eerste wat ik doe online gaan zoeken naar de naam van het diertje dat ik heb gezien.

Een Oranjetipje, een voorjaarsvlinder, die best wel in deze contreien voorkomt maar …die ik nooit eerder gespot heb.’ 

Sindsdien kan ik het niet laten om in het voorjaar op zoek te gaan naar dit frêle maar zo in het oog springend stukje natuurpracht.’

Mijn zoektocht naar een symbolische en veilige hulpbron voor het prentenboek raakte verweven met mijn fascinatie voor het oranjetipje.

Mijn hulpbron kreeg een naam en een vorm.

Zou er één kind bang zijn van een mooi vlindertje? Waarschijnlijk wel. Maar het lijkt me eerder hoogst uitzonderlijk.

Welkom “Oranjetipje”.

LIEF

Op zoek naar een protagonist voor het verhaal. Een hoofdfiguur waar een kind zichzelf kan in herkennen ongeacht het geslacht en de leefsituatie. Niet simpel.

Na lang wikken en wegen heb ik dan toch maar gekozen voor een meisjesfiguur. Mijn oudste kleindochter staat model.  Om het eenvoudig te houden heb ik gekozen voor een ‘doorsnee’ gezin als leefomgeving.

Via deze site kan een werkboek aangevraagd worden om met het verhaal aan de slag te gaan binnen een educatieve of therapeutische context. Daarin vind je een uitnodiging aan de verteller om het verhaal in te leiden: ‘dit is een boek over een meisje maar het zou even goed over een jongen kunnen gaan of zelfs zo maar over jou of eender welk kind’.

Zowel in de tekst als in de tekeningen van het prentenboek zijn heel wat details opgenomen die uitdagen om verder te kijken dan de stereotypen.

De siblings zijn bewust genderneutraal gehouden en kregen namen die voor beide seksen gebruikt worden.

De vader- en moederfiguur worden afgebeeld in activiteiten die voorbij de typische man-vrouwrollen gaan.

Diversiteit wordt aangekaart door enerzijds één speciale kip in het kippenhok tussen de andere te plaatsen en anderzijds hebben de speelmakkertjes van de hoofdfiguur een andere huidskleur. Deniz en Aïssa zijn respectievelijk Turkse en Afrikaanse gender neutrale namen.

De kernboodschap in het verhaal is dat het kind OK is, welkom is,  zoals het is, zonder enige verwachting rond presteren, zonder enige voorwaardelijkheid.

Het intrinsiek OK zijn diende in de naam van de hoofdfiguur door te klinken én de kans dat er negatieve associaties aan de naam verbonden waren, moest zeer klein zijn.

Zo kwam ik uit op Lief, een minder gebruikelijke en tegelijkertijd eenvoudige naam.

DE GOBLIN

Jarenlange ervaring in het werken met kinderen, jongeren en volwassenen met kwetsuren heeft me geleerd dat bedreiging en gevaar enkel toedichten aan mannen voorbij gaat aan een realiteit die vaak veel complexer en genuanceerder is. Toch zien we dat in boeken, films en andere media de vijand vaak een masculien tintje krijgt. De vijand is een ‘hij’.

Als we ook jongens die worstelen met hun welbevinden en zelfbeeld willen helpen om zich goed te voelen in hun vel en hun gender, is de uitdaging om deze vastgeroeste manier van denken te doorbreken.

Trollen, tijgers, draken, een boze tovenaar… worden door kinderen onmiddellijk gelinkt aan mannelijke voornaamwoorden. Een heks, boze stiefmoeder of Cruella De Vil als alternatief waren evenmin een optie.

Ik snuisterde in oude verhalen en tradities en ontdekte ‘ de goblin’, een monsterlijk creatuur dat al sinds de middeleeuwen opdook in verhalen in verschillende Europese landen. De mormels worden vaak beschreven als ‘gemeen’. Het monster, het mormel, het wezen, het creatuur… Een onbestemde vorm. Afhankelijk van het verhaal worden ze mannelijk dan wel vrouwelijk voorgesteld.

Een andere bekommernis:

De kinderen die zich met nachtmerries aanmelden rond ‘crimi-clowns’ of andere ‘enge figuren’ die ze in media tegenkomen, zijn niet te tellen. ‘De goblin’ mocht niet leiden tot nieuwe kinderangsten. ‘De goblin’ staat enkel voor vervelende, terugkerende negatieve overtuigingen die het kind weerhouden van zich goed te voelen.

Een ‘ambetant ettertje’ dus, extreem lastig maar niet echt gevaarlijk.

Deze bezorgdheid heeft Elliot perfect gecapteerd toen hij het figuurtje vorm gaf. Het was geenszins de bedoeling dat ‘de goblin’ beangstigend werd voor het kind. Een ietwat gemene blik maar zonder klauwen, vampiertanden, vuurspuwen of fysiek agressief gedrag. Een wezen dat snel afdruipt als de focus zich verlegt …

Reviews